terug

home

 

Wetenschaps notities Jack Pheifer.

Wij zijn niet ons brein - deel 2

In ons bewustzijn kennen we aan zaken in de wereld om ons heen van seconde tot seconde betekenissen toe.  Een betekenis heeft altijd een waarde voor ons leven, in positieve of negatieve zin. Ik zie op de markt spruitjes en zonder er over na te denken voel ik al de afkeer. Ik hoor een mooi nummer op de radio: oh ja dat nummer… en ik zie mezelf staan op die camping in Engeland.

Evolutionair vertaalt de levensdrift van alle levende organismen zich in de drang naar waarden die het leven bevorderen (bijv. voedsel) en angst en afkeer voor waarden die het leven bedreigen (bijv. een auto die te hard aan komt rijden).  Die levensdrift komt tot uiting in onze vele  materiële en sociale verlangens en afkeren, positieve en negatieve begeerten naar zaken die de kwaliteit van ons leven bevorderen of verminderen. Bij een volwassen mens is dat meestal een fijn geschakeerd palet.  

Wij zijn dus niet ons brein, maar zoals Spinoza en Damasio beschreven: “Wij zijn onze begeerten.” Wij volgen van seconde tot seconde onze verlangens, bewust en onbewust. Dat doen we op grond van betekenissen die we aan zaken in de (eerste) wereld der dingen en zaken in de (tweede)  wereld der medemensen toekennen.  Zoals de filosofen Popper en Wittgenstein al beschreven: de wereld is in het bewustzijn van een mens wat het geval is (aan betekenissen), de wereld in derde zin.

De vrije wil bestaat niet, zo stelde Spinoza al in de 17e eeuw. Willen en niet willen heeft te maken met iets begeren of iets niet begeren. Keuze's maken is kiezen tussen verschillende verlangens. Jij rijdt niet te hard omdat je verlangen geen bekeuringen of ongelukken te krijgen groter is dan je verlangen naar de race-ervaring.  Ook dat is geen vrije keuze, maar het automatisch volgen van het grotere verlangen. Natuurlijk speelt ons verstand, onze ratio, een rol, maar wel een ondergeschikte. Ons verstand is ook niet ons hoogste vermogen. Ons onderbewuste in samenwerking met onze kennis van zaken en onze ratio is veel intelligenter dan ons bewust nadenken alleen.

Het patroon van de verlangens van een persoon is  rond de vroege volwassenheid  bepaald. Vele van de verlangens zijn dan vertaald in gewoonten en afkeren en de meeste keuzen worden onbewust gemaakt.  De betekenissen die we hechten aan wat er om ons heen in de wereld gebeurt zijn dan zwaar in ons onderbewuste verankerd. Mensen doen dingen  omdat ze ergens naar verlangen wat betekenis voor hen heeft. En ze gedragen zich naar wat ze het meest begeren, het liefste willen. Geen vrije wil, zelfs geen wil, slechts begeerte.

Betekenissen en achterliggende begeerten kunnen op latere leeftijd nog wel  beïnvloed of veranderd worden door studie, omgeving of bijv.  door diepgaande psychotherapie. Maar zelfs Spinoza  stelde  al dat dit voor de meeste mensen niet haalbaar zou zijn ( al het voortreffelijke is zeldzaam en moeilijk).

Overigens: voor de vrije samenleving van mensen heeft het ontbreken van de vrije wil geen betekenis. De afspraak in een samenleving is dat mensen aanspreekbaar zijn op hun daden. We bestraffen misdaden en belonen goed gedrag. Op een andere manier is een vreedzame samenleving niet mogelijk.   We zullen derhalve blijven pogen de begeerten van een mens te beïnvloeden met beloning of straf, ook al weten we dat dit door het ontbreken van een vrije wil niet gemakkelijk is.

 

* overal waar begeerte staat, kun je evengoed de term verlangen (en in negatieve zin: afkeren) gebruiken.

© Newsstream Publications - Utrecht 2011

Antonio Damasio