terug
home
Zal de Arabische lente tot democratisch welvarende rechtsstaten leiden?
Het afgelopen jaar keken we met blijdschap naar de beelden van de Arabische lente. We projecteerden onze eigen bevrijding in 1945 op al die feestende mensen. Inmiddels is die hype ook al weer voorbij. We geloven al niet meer dat het in de ‘bevrijde landen’ goed zal komen, zeker niet in Syrië.
Het zal ook niet goed komen in de betekenis die wij West Europeanen er aan geven. In de Arabische landen ontstaan de komende jaren geen op kapitalisme en consumentisme gebaseerde democratische rechtsstaten. Dergelijke staten, zo leert het verleden, ontwikkelen zich alleen in landen met een goed opgeleide bevolking en een al omvangrijke welvarende bourgeois middenklasse. Maar bovenal is enige gegronde rechtstraditie van onafhankelijke rechtspraak vereist.
De meeste Arabische landen zijn voort gekomen uit het voormalige Ottomaanse (Turkse)
rijk. Na de val van dat rijk rond 1918 zijn de Arabische gebieden gekoloniseerd door
de Britten en de Fransen (Egypte al in 1882). Na de 1e Wereldoorlog trokken de koloniale
mogendheden de rechte lijnen, welke de gebieden in ‘landen’ verdeelde (Irak, Jordanië,
Libanon, Syrië etc.) waar ‘koningen’ werden benoemd. Na de tweede wereldoorlog werden
die landen onafhankelijk. Al snel braken daarna revoluties uit en nam het leger als
enige echt georganiseerde staats-
In het spanningsveld tussen het Westen (Amerika en de oude kolonialisten) en de Sovjet Unie kozen die revolutionaire landen voor een vorm van staatssocialisme met gesubsidieerde prijzen voor eerste levensbehoeften en basisvoorzieningen in gezondheidszorg en onderwijs. Dit patroon was te zien in Egypte, Libië, Irak en Syrië. In Jordanië en de dun bevolkte staatjes van het Arabisch schiereiland overleefden de autocratische Koninklijke heersers zoals in Saoedi Arabië en de Golfstaatjes
Sinds de jaren vijftig is in de economieën onder die legeraanvoerders: Nasser, Assad,
Sadam Hussein etc. geen middenklasse of goed geschoolde onderklasse gegroeid, zoals
in India of China. Er is slechts een corrupte op patronage gebaseerde vriendjesklasse
ontstaan. In die 50-
De meeste Arabieren hebben geen enkele ervaring met echt functionerende rechtsstaten. De belangrijkste eeuwenoude sociale structuren worden ook in de 21e eeuw nog steeds bepaald door de uitgebreide familieverbanden, de Clans, en de Buurtmoskee. De overheid is immers slechts de belastingeiser en biedt nauwelijks enige bescherming of collectieve voorzieningen.
In die landen heerst ook nog steeds de mannelijke eer-
Welvaart zien ze alleen maar op TV in de cafés. Waaraan ontlenen arme onderdrukte Arabische mannen hun waardigheid tegenover de overvloed en vrijheid in het Westen? Aan de keuze om ten minste trotse moslims te zijn. Aan de perceptie dat mannen beter zijn dan vrouwen.
Een logische ontwikkeling is dus dat in deze landen meer of minder gematigde, op de Islam gebaseerde, partijen aan de macht komen. De religieuze politieke voormannen worden nog vertrouwd, omdat ze nog niet de kans hebben gekregen corrupt gedrag en patronage te vertonen. Het voorbeeld van Irak toont aan dat die macht zal worden uitgeoefend op basis van meerderheden, met gering respect voor de rechten van minderheden.
Voor de meerderheid van de arme bevolking (meer dan 50% jonger dan 30 jaar!) zal niet op korte termijn werk te vinden zijn of enige echte welvaart gecreëerd kunnen worden. Dat maakt deze landen voor de komende 50 jaar (historisch gezien een korte tijd) uitermate instabiel en waarschijnlijk rijp voor een nieuwe ronde autocratisch bestuur, maar nu gebaseerd op het Chinese economische model. Maar zelfs de Chinezen hadden 25 jaar nodig om tot de huidige nog beperkte welvaart te komen.
© Newsstream Publications -
