terug
home

Peter Sloterdijk
Mijn antropologische uitgangspunten: de mens is een autohypnotisch dier, een wezen wat zich inbeeldt (en dus gelooft) wat hij is, en is (gedraagt zich naar) wat hij zich inbeeldt
[naar Sloterdijk]
1. Er bestaat biologisch geen fundamenteel verschil tussen mens en dier, althans niet in voor de mens kenbare redenen. We onderscheiden ons van onze evolutionaire buurtgenoten door een hogere vorm van (zelf) bewustzijn en (cruciaal) het gebruik van taal. [Darwin, Damasio, Wittgenstein]
2. Biologisch bestaat geen verschil tussen Lichaam en Geest. Fysieke processen en Bewustzijnsprocessen vormen onderdeel van een volledig geïntegreerd systeem.[Damasio]
3. Tussen mannen en vrouwen bestaan alleen biologische verschillen welke hun onbewuste psychosociale gedragingen beïnvloeden. Er bestaan geen significante psychobiologische verschillen tussen de drie voornaamste menselijke rassen. [Damasio]
4. Menselijk bewustzijn wordt gevormd door een evolutionair ouder systeem van (fysieke) emoties aangestuurd door overlevingsdrang en erotische en thymotische begeerten. Ons hogere zelfbewustzijn wordt gevormd door een van moment tot moment bepaald gevoelsbeeld van ons 'zijn ofwel onze ervaring' mede aangestuurd door een omvangrijk autobiografisch geheugen, en een ervarings/kennis geheugen. [Damasio, Sloterdijk].
5. Wij mensen handelen volgens ons bewustzijn waarin ontelbare onbewuste en bewuste voor ieder mens unieke reacties instantaan volgen op gevoelsbeelden. Beelden van kansen en bedreigingen in de externe omgeving of in de eigen interne fysieke wereld, welke fysiek en mentaal worden opgeroepen door interactie met die omgeving. [Damasio, Davies].
6. De mens kent binnen de dynamiek van de natuurlijke, biologische en sociale processen van oorzaak en gevolg maar een zeer beperkte vrije wil. We zijn ons slechts van een beperkt deel van de motieven van ons dagelijks gedrag bewust. We gedragen ons veelal zoals we 'willen', dwz spontaan zonder bewuste overweging. [Spinoza, Schopenhauer,Freud, Damasio]
7. De belangrijkste erotische begeerten van de mens zijn in volgorde van belangrijkheid: zuurstof, fysieke integriteit, water, voedsel, veiligheid, slaap, beschutting, een partner, veiligheid in de familiegroep, voortplanting en seks, materieel bezit/eigendom en transcendente beleving (religie/kunst) [Spinoza, Maslov, Damasio, Sloterdijk]
8. De belangrijkste thymotische begeerten van de mens zijn: waardigheid, respect,
affectie, vriendschap en status, een sociaal netwerk, arbeid, zelfvoorziening, gelijke
waardigheid, gelijke rechten, gelijke rechts-
9. Het eigen Ik bestaat uit een combinatie van autobiografische ervaringen en de inbeeldingen/ kennis van de wereld om het ‘ik’ heen. Het belangrijkste gevoelsbeeld over het zelf, de eigen identiteit, wordt mede bepaald door de wijze waarop anderen uit de omgeving de persoon bejegenen. Ik ben slechts …wat de ander van mij laat zien (vgl. een spiegel) [Spinoza, Foucault, Damasio]
10. De mens is geen rationeel dier. De ratio, het vermogen tot redeneren en afwegen
bij besluitvorming tot handelen, is slechts een onderdeel van de menselijke intelligente
gevoelsmatige beeldvorming van -
11. Mensen kiezen biologisch gedreven altijd voor hun eigen belang, hun eigen overleving, hun eigen begeerten. Dit geldt ook indirect bij het opgeven van eigen belangen ten gunste van samenwerking en altruïsme binnen gezin en de groep. Compassie en altruïsme buiten de eigen groep is veelal religieus/spiritueel of cultureel/economisch gedreven.[Darwin, Damasio, Sloterdijk]
12. In interacties tussen mensen spelen hartstochten, passies, meestal in negatieve zin, de voornaamste rol als (veelal onbewust) motief van gedragingen. Passies zijn gevoelsbeelden waarbij het in meerdere of mindere mate kunnen vervullen van begeerten oorzakelijk ( …dankzij of door schuld van..) op een andere mens of groep van mensen wordt geprojecteerd. [Spinoza, Freud, Schopenhauer, Damasio]
13. De factoren familie/gezin/vriendschap, reputatie (erkenning/ herkenning) bezit/ rijkdom, en macht vormen de belangrijkste strevens van de mens omdat deze leiden tot veiligheid, hoger respect, minder vereiste dagelijkse arbeid en betere seksuele partners. [Spinoza, Maslov, Damasio, Sloterdijk]
14. Menselijk biologisch welbevinden en geluksbeleving wordt door een mens altijd afgemeten aan de vergelijkbare positie van andere mensen in de groep. Wrok als gevolg van Lijden (niet of onvoldoende vervullen begeerten in verhouding tot anderen in de groep en/of verlies van wat was) is een van de belangrijkste thema's in het leven van ieder mens. [Sloterdijk]
15. Iedere vorm van religieuze en spirituele beleving is een vorm van menselijke projectie van behoeften en passies op een Zijn buiten de waarneembare wereld. Gezien de menselijke transcendente behoeften gelooft ieder mens tenminste iets over de eerste oorzaak, de schepping en de dood. [Nietsche]
16. Goed of Kwaad kunnen alleen worden gedefinieerd vanuit wenselijke of onwenselijke gevolgen van menselijke of dierlijke gedragingen op de overleving en behoeften van andere mensen (of dieren). Normen en waarden worden dus naar menselijke maatstaf sociaal en cultureel bepaald binnen de sociale groep (of groepen) of de cultuur waartoe een mens behoort. [Nietsche]
17. In menselijke samenlevingen komen intersubjectieve waarheden veelal niet tot stand door wetenschapsbeoefening, maar door verkondiging via verschillende vormen van communicatie. Hierbij zijn gecommuniceerde gevoelsbeelden van veel grotere betekenis voor meningen en gedrag dan zelf waargenomen gebeurtenissen, geaccepteerde wetenschappelijke theorieën en of zelfs feiten. [McLuhan: the media is the message]
18. De mens met zijn overlevingsdrang en erotische en thymotische begeerten geeft de voorkeur aan informatie over zijn potentiële onveiligheid of onzekerheid, aan negatieve informatie over anderen (derhalve zijn minderen), aan informatie over mensen met veel bezit/macht en seks (zijn meerderen) en aan opwinding oproepende spelen. [Pheifer]
© Newsstream Publications -