terug

home

 

Culturele notities Jack Pheifer.

Geschiedenis en Celibaat

Voor de liefhebbers van geschiedenis, is "a History of Christianity " van Diarmaid MacCulloch een absolute must. De gehele geschiedenis van Europa, vanaf de Grieken, komt nog eens voorbij  in 1000 boeiende en vaak humoristisch geschreven pagina's. Maar nu gezien vanuit de geschiedenis van de onderscheiden Christelijke geloofsleren en - kerken. Het is ook pure politieke geschiedenis, want tot ver in de 20e eeuw waren kerken en staten onderling nauw verbonden. Na lezing besef je je weer eens goed hoe zeer onze Westerse cultuur gegrondvest is op het Christelijk geloof en de Christelijke waarden. Zonder Christendom geen bewegingen als Renaissance, Verlichting of Romantiek. Ook wordt duidelijk dat de grote seculiere ommekeer werd veroorzaakt door het harde kapitalisme van het eind van de 19e eeuw en de onvoorstelbare slachtpartijen in de 1e Wereldoorlog. In die oorlog werden hele generaties mannen zinloos weggevaagd.

Meerdere keren komt het celibaat van priesters in de RK kerk aan de orde. Eeuwenlang was het seksloze leven van priesters niet meer dan een nastrevenswaardig ideaal, naar het voorbeeld van de apostel Paulus. Pas rond de 15e eeuw werd het celibaat officieel door Rome ingevoerd. De reden daarvoor was niet om de priesters in hun seksualiteit te belemmeren. Ook de RK kerk heeft in haar eeuwenoude wijsheid altijd beseft dat met name het mannelijk vlees vergeeflijk zwak is en zal blijven. De echte redenen waren van politieke en economische aard. Door priesters te verbieden te huwen, konden de kinderen van de priester niet langer de rijkdom van de bisschoppelijke vaders erven. Noch had het zin voor bisschoppelijke vaders om te pogen zich te laten opvolgen door een zoon - de kinderen waren dan immers per definitie bastaards. Overigens heeft het huwelijksverbod de priesterlijke vaders nooit verhinderd hun kinderen van posities en bezit te voorzien. En ook hun seksuele driften hebben er niet onder geleden. 

De formele eis van het celibaat leidde in de 15e eeuw tot nog slechtere betrekkingen tussen Rome en de Oosters Orthodoxe kerken, welke voortkwamen uit de eerste eeuwen van het Christendom en uit het keizerrijk van Constantinopel (Istanbul). In de Oosterse kerken kunnen gewone priesters huwen (en kinderen hebben), alleen de bisschoppen kunnen dit niet, maar die komen per definitie voort uit de celibataire kloosters. Ook daar was seksuele onthouding eerder een vorm van  nastrevenswaardige ascese.  

Het celibaat hield dus in: niet huwen en seksuele betrekkingen (schaamtevol en berouwvol) achter de voordeur houden. Die inofficiële lijn geldt vanuit Rome vandaag de dag nog steeds. Priesterschap in het snel uitbreidende geloofsgebied van Afrika en Azië zou daar anders geen poot aan de grond krijgen. Trouwens zoals Heleen Crul in het NRC van 9 december 2011 al schreef: ook de Europese Katholieke kerk zou zonder priesters zitten als alle seksueel actieve priesters ontslagen zouden worden.

Tot de jaren zestig was seksualiteit in de hele samenleving een onbespreekbaar taboe, toegestaan binnen  het huwelijk, verboden daarbuiten. Tot die tijd, ja door de hele geschiedenis heen,  was seks tussen door testeron  overspannen jongens en jongens en mannen (zie de Grieken, zie nu nog de Arabische volkeren) een normale uitlaatklep. Ik denk dat wetenschappelijk onderzoek uiteindelijk zal aantonen dat dit verschijnsel niet vaker bij priesters voorkwam dan bij de padvinderij, de gymnastiekvereniging, en achter de voordeuren van families en gezinnen.

Het celibaat werd pas problematisch aan het eind van de jaren zestig met de nieuwe seksuele vrijheden. De seksuele wereld ging niet alleen open voor leken, maar ook voor priesters. Door de secularisering verloren priesters  hun sociaal vooraanstaande posities. Ze vereenzaamden letterlijk. Zelfs het voor priesters toegestane levensmaatje, de "trouwe huishoudster”, raakte uit de tijd of werd wegbezuinigd. Vrouwen wilden sedert die tijd een partner, geen heilig concubinaat.  

Rome blijft onverstandig genoeg haar eeuwenoude lijn (huwelijk afwijzen, seks zwijgend accepteren) nog altijd volgen in plaats van de lijn van de Oosterse kerken te kiezen, hetgeen een desastreuze invloed heeft op de aantallen beschikbare priesters in Europa en Amerika. Gehuwde priesters zouden daarnaast, onbelast door de overmatige erotisering van de Westerse samenlevingen, weer een echte pastorale kunnen vervullen in de vele relationele samenlevingsvormen van deze tijd. Mensen in een of andere vorm van partnerschap kunnen nu vaak nauwelijks enig inlevingsvermogen verwachten van een solitaire priester.

 

 

 

© Newsstream Publications - Utrecht 2011